Zijn visuele inslag is de basis voor zijn lesmateriaal. Hij is een beelddenker. De cursus heeft een beproefde formule met een voortoets met concrete vragen, gebruik van stemkastjes tijdens  en een quiz als afsluiting. De deelnemers blijven actief. Ze kunnen bijna niet anders.

Aanschouwelijk onderwijs is hem op het lijf geschreven. Hij werkt met ballonnetjes en trekveren. Hij gebruikt een ballon om na  te doen hoe iemand piept bij astma. De trekveer gebruikt hij om de lokale verschillen in de long weer te geven. Hij werkt altijd op basis van casuïstiek en kan smakelijk en beeldend vertellen over de inhoud. Hij verpakt het op zijn eigen manier.

Er zit altijd een logische volgorde in de keuze van de onderwerpen. Het gaat om een goede opbouw. Hij begint met het ademgeruis zelf. (nooit de basis overslaan) Wat is normaal? Wat zijn afwijkende geluiden? Wat hoor ik? Hoe interpreteer ik wat ik hoor? Hij zorgt voor een heldere volgorde in opbouw van handelingen, waar deelnemers altijd weer op terug kunnen vallen.

Hij werkt interactief, Hij maakt gebruik van de stemkastjes. Test eerst de basiskennis  en dan steeds maar weer vragen stellen. Hij houdt de deelnemers scherp. Hij houdt het tempo in de gaten. Kijkt goed rond of iedereen het snapt. Hij speelt in op vragen, staat zelf boven de stof. Vragen legt hij terug bij de groep. Wat denk je zelf? Weet iemand dat? Er wordt geluisterd. Het is niet rumoerig. Iedereen is heel alert. De grapjes verstopt hij op de goede momenten. Hij haakt in op de actualiteit en relativeert zichzelf. Voor hem is het altijd leuk om te doen. Het is een formule die werkt.